Het verhaal van Willem Hersbach

“Ik voelde een knobbeltje in m’n oksel. Twee weken later zat die er nog en ging ik naar de huisarts. Ik werd meteen doorverwezen naar het ziekenhuis. De dag daarna ging ik onder het mes. Ik had lymfeklierkanker.

In 2010 is er een moedervlek met een melanoom weggehaald, maar ik hoefde niet bestraald te worden. Een jaar later bleek dus toch dat het uitgezaaid was. Ik stond er heel nuchter in. Ik dacht: ze snijden het weg en het is over. Na de operatie moest ik bestraald worden, maar gelukkig hoefde ik geen chemo. Want dan zit je veel langer in de lappenmand. Ik had er wel een oedeemarm aan overgehouden. Dat was niet pijnlijk, maar ik kreeg m’n arm niet hoger dan m’n schouder. Ik werkte aan boord van een onderzeeboot en daar was dat wel lastig want veel apparatuur zit boven je hoofd. Ik werd overgeplaatst naar de kazerne in Amsterdam. 

Ik ben niet veranderd door de kanker, maar ik houd m’n moedervlekken wel goed in de gaten. Ik ga nu eens per jaar naar de dermatoloog. Vóór de kanker deed ik dat niet. Mijn nazorg bestaat nu uit het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis die me helpt te herinneren aan m’n jaarlijkse afspraken met de chirurg en dermatoloog. Sinds een jaar ben ik chef der equipage van de onderzeedienst in Den Helder, ik heb zo’n driehonderd mensen onder me. Doordat ik zelf kanker heb gehad, kan ik me wel goed inleven in anderen. Een collega heeft bijvoorbeeld een hersentumor waarvoor hij bestraald moet worden. Hij komt makkelijk naar me toe om hier over te praten. Ik geef ook wel eens rondleidingen aan terminale kinderen via Stichting Make A Wish. Ik denk dat ik door mijn ervaring wel wat beter besef wat ziek zijn betekent. Nu ik er zo over nadenk, ben ik er dus misschien tóch wel wat door veranderd. Maar dat is dan onbewust gegaan. En één kant van m’n borstkas is nog steeds onbehaard, door de bestraling.”